ATLANTIS

 

Atlantis was de volgende grote beschaving die zich op de aarde ontwikkelde en lag in een enorm continent dat nu onder de Atlantische Oceaan ligt. Het beeld dat Atlantis de hoogst ontwikkelde beschaving was die er ooit op aarde heeft bestaan, leeft nog steeds. Atlantis was een briljante manifestatie van de geestpool en het merendeel van de mensen die dierbare herinneringen hebben aan Atlantis hebben ook een sterke affiniteit met de geestpool.

De Atlantische beschaving begon zich te ontwikkelen terwijl Lemurië nog bestond en werd bevolkt door hen, die gedesillusioneerd waren door de polarisering in de wil in Lemurië. En door hen die vanaf het begin een sterk angstig voorgevoel hadden ervaren over de vrije wil. De Atlantiërs streefden er naar alle manifestaties van de geest te verheffen en trachten tegelijkertijd de intuïtief voelende wilspool te controleren De Atlantische benadering van het leven toonde deze polariteit in al zijn aspecten. Terwijl de communicatie in Lemurië hoofdzakelijk bestond uit lichaamstaal en telepathie, had de communicatie in Atlantis zich snel ontwikkeld tot een gesproken expressie van complete gedachtenpatronen en visies. Velen ontwikkelden in Atlantis de kracht van hun geest zodanig dat zij gedachten en visies in kristallen konden focussen en ze daar voor latere presentatie aan groepen mensen in konden bewaren.

Muziek in Atlantis bestond hoofdzakelijk uit ingewikkelde melodische patronen waar stemmen doorheen geweven werden en wat begeleid werd met melodische instrumenten. Muziek in Lemurië legde de nadruk op drums en ritme. De gebouwen in Lemurië waren van aarde terwijl de Atlantiërs verfijnde paleisachtige structuren bouwden van hoog gepolijste steen. Fresco's, mozaïeken, sculpturen, weefsels, aardewerk, juwelen en alle andere kunst en kunstige bijdrages aan het leven van alle dag waren hoogst verfijnde exemplaren die getuigden van een visionaire genialiteit in Atlantis. Glasverwerking en het slijpen van stenen en edelstenen werd een hoog ontwikkelde kunstvorm. Atlantiërs vonden dat het belangrijk was om de expressie van de creatieve impuls te overdenken, te verfijnen en te ontwikkelen. Alles wat de Lemuriërs daarentegen bouwden en creëerden drukte de spontaniteit uit waar zij zo'n hoge waarde aan toekenden.

Voor de Lemuriërs bestond reizen uit wandelen, rennen, zich door de bomen slingeren met behulp van de takken en lianen, springen en zelfs in een keer over grote afstanden zweven. Atlantiërs achten dit niet deftig genoeg voor hen. Zij legden wegen aan en bouwden statige voertuigen, hielden optochten en er was een gereglementeerd dagelijks verkeer zodat alles ordelijk verliep. Atlantis had ook majestueuze schepen die zowel op zee als in de lucht konden reizen. Veel Atlantiërs reisden nogal op grote schaal en sommigen hadden het verlangen hun eigen lucht en zeeschepen te bezitten.

Atlantis ontwikkelde een uitgebreide technologie. Herhalende handelingen en alles wat geestdodend leek voor hen kreeg hulp van de technologie. Datgene waar de Atlantiërs niets mee konden doen of wat door de technologie niet aan te passen was werd onder de hoede genomen van medebewoners van Atlantis. Deze medebewoners bestonden uit verschillende groepen: wezens die nog in vormen zaten die hen begrensden, Lemuriërs die naar Atlantis verhuisd waren om de dinosaurussen te ontvluchten maar de Atlantische ideeën niet in hun hart konden sluiten, en later enige van de vreemde mensen die de Atlantiers in afgelegen delen van de wereld ontdekten. Sommige Atlantiërs wilden deze wezens als slaven gebruiken, sommigen misbruikten hen zelfs, sommigen probeerden de oncomfortabele afspiegeling van het uit balans zijn met de wil die deze wezens vertegenwoordigden totaal te negeren, en sommigen wilde hen helpen zich te ontwikkelen.

De krachtbron van de Atlantische technologie was een energie die ze hadden leren bundelen, opslaan en weer projecteren met behulp van kristallen. Vervuiling in de vormen zoals we die nu zien bestond er toen niet. Lemurië had geen enkele technologie ontwikkeld maar was in staat geweest enige verbazingwekkende dingen te doen met het focussen van wilsenergie vanuit het wilscentrum. Dit kunnen focussen was ook waardoor waar door ze in een keer over grote afstanden konden springen en zweven. De ontwikkeling van de technologie was grotendeels een compensatie voor het verlies van macht ontstaan door het ontkennen van de wil. Het gezichtspunt dat de Atlantiërs erop na hielden was dat technologie een vooruitgang op de wil was.

In die tijd hadden veel mensen het verlangen zichzelf te voorzien van een technologisch vervangingsmiddel voor de wil, dan het verlangen om de emotionele kwaliteiten van de wil te begrijpen en te ontwikkelen. Aanvankelijk ging de wil in Atlantis hierin mee omdat de ervaring in Lemurië leek aan te tonen dat de wil niet moet proberen de overhand te krijgen maar het eens moet zijn met de geest en moet proberen te doen wat de geest gedaan wil hebben.
 

De wil is niet bedoeld om de overhand over de geest te krijgen, maar het is echter ook niet de bedoeling dat de geest onderdrukt, bedreigd, oordeelt of de wil in een ondergeschikte positie dwingt. Het is de bedoeling dat de wil vrijwillig op een lijn komt met de geest en dit proces zal de geest zichzelf laten ontwikkelen. Al de ervaringen van uit balans zijn die op aarde plaats hebben gehad tot nu toe, en al de emoties hier rondom heen zijn noodzakelijk geweest om geest en wil naar het punt te brengen waarop ze klaar en in staat zijn om vrijwillig met elkaar in evenwicht te willen komen.

Vroeger in Pan had de geest de wil zover gekregen, terwijl hij er nog niet klaar voor was, om zich in zichtbare realiteiten kenbaar te maken. De wil in Pan, die voelde dat hij werkelijk geprobeerd had om te doen wat de geest wilde dat hij deed, had het verwijt dat hij voelde omdat hij nog niet de ervaring had die hij probeerde te krijgen, niet op prijs gesteld. De wil probeerde, als reactie op de geest die gevoeld had dat hij hem een verwijt gemaakt had, op zichzelf verder te gaan in Lemurië. De wil in Lemurië merkte dat hij er op zichzelf niet in slaagde succes te hebben en de geest die dat toendertijd zag nam niet de verantwoordelijkheid voor zijn deel in het uit evenwicht zijn. Integendeel de geesten besloten bijna unaniem dat ze hun wil zelfs meer moesten controleren en hun wil niet de kans geven om stuurloos te worden, wat volgens hen gebeurd was in Lemurië.

Omdat de meeste Atlantiërs de eerdere problemen van de onbalans zagen als iets dat kon worden opgelost als de geest de wil niet stuurloos liet worden, begon de geestpool in Atlantis de nadruk te leggen op reglementeren, discipline en een geordende werkwijze. In het begin had de wil in Atlantis hier geen bezwaar tegen en deed geen pogingen de geest te beïnvloeden omdat de wil werkelijk bang was dat hij het niet goed gedaan had in Lemurië. De wil in Atlantis hield een grote niet geuite emotionele last vast rondom de vraag wat een passende rol t.o.v. de geest verondersteld werd te zijn. De geest in Atlantis probeerde de wil op te voeden en de wil op die manier te trainen om de geest goed te dienen. De wil probeerde daar in mee te gaan en gehoorzaam te zijn aan de geest. Alle aspecten van de Atlantische maatschappij weerspiegelde deze houding van de geest en de wil.
 

Religie en onderwijs waren niet gescheiden in Atlantis. Iedereen die in staat was om geschoold te worden, kreeg een uitgebreide scholing in de tempels. Onderwijzers in Atlantis waren ook studenten, zij studeerden hun hele leven. Veel van de studierichtingen die werden onderwezen in Atlantis, beginnen nu in Amerika als volwaardige studierichtingen aanvaard te worden, en sommigen komen nog helemaal niet in de herinnering terug.

Atlantis ontwikkelde de waarnemende of buitenzintuiglijke krachten op grote schaal en deze studie opende gebieden die door velen nu nog niet worden waargenomen. Alles wat Atlantis ontwikkelde werd geïnspireerd en geleid door deze zich uitbreidende waarnemingen en de daardoor verworven begrippen. En hoewel Atlantis een wetenschappelijk georiënteerde beschaving was, beschouwde niemand in die tijd deze waarnemingen als niet wetenschappelijk. Het vermogen van de Atlantiers om hun intuïtieve inspiratie te gebruiken in het dagelijkse leven maakt ook de geloofwaardigheid groter dat ze informatie ontvingen van andere realiteiten, andere soorten wezens en zelfs andere planeten.

De Atlantische beschaving schijnt lange tijd fabelachtig succesvol te zijn geweest. Alles wat ze zich voorstelden en besloten uit te proberen werkte. De Atlantiërs zagen dit als een bewijs dat zij het juiste begrip hadden, Zij geloofden niet dat zij de wil beoordeelden of zijn rol niet juist zagen en zij realiseerden zich niet dat zij enige ontkenningen hadden. Er waren enige afspiegelingen van ontkenningen, maar liever dan deze te accepteren, redeneerden zij ze weg of probeerden zij hen te negeren. Atlantiërs hingen geloofssystemen aan en hielden ideeën over de realiteit vast die ze onterecht voor de realiteit hielden. Als ze in staat waren geweest de afspiegelingen van hun ontkenningen te zien voor wat ze waren, zouden deze reflecties hen de weg naar evenwicht hebben kunnen laten zien.

Een reflectie die de Atlantiërs erg oncomfortabel vonden, moeilijk om te accepteren en daardoor niet begrepen was Lemurië. Omdat de situatie van loskoppeling van geest en wil door de tijd heen verslechterd was, hoopten velen die in Lemurië gestorven en in Atlantis gereïncarneerd waren, dat ze door zichzelf te richten op de pool van de geest, in staat waren hun probleem met de wil te kunnen oplossen of te vermijden. Degenen die nog in Lemurië leefden op dat moment werden overweldigd door hun situatie. En hoewel de wilspool het moederaspect van God vereerde en geen acceptatie voelde voor of acceptatie van het vaderaspect van God, of door zijn eigen geesten, vroeg hij tenslotte toch om hulp aan het vaderaspect van God. Toen de Lemuriërs om hulp vroegen, waren ze zo overweldigd dat ze niet geloofden dat ze geholpen konden worden. De opening die ze maakten door om hulp te vragen, was niet groot genoeg om de hoeveelheid hulp die God had willen geven door te laten. Oorzaak was dat zij om hulp vroegen maar tegelijkertijd de opening om te kunnen ontvangen sloten met het sterke geloof dat ze niet werkelijk konden en wilden worden geholpen omdat de vaderenergie er niet voor hen was. En hoewel de oorspronkelijke oorzaak voor dit geloof zelfs ouder was, had de ervaring in Pan de wil er verder van overtuigd dat hij niet van de geest op aankon. De ervaring van Lemurië was hier een herhaling van, daar het evenwichtspunt nog niet gevonden was.

De extreme angst die de wil vasthield in Lemurië maakte het voor het begrip hierover erg moeilijk om ontvangen te worden. Veel zielen zagen de overweldigende emotie die door de wil vastgehouden werd als oorzaak van het niet kunnen oplossen van de problemen van Lemurië. Deze zielen besloten dat het de oplossing was om de emoties van de wil te controleren. Dit geloof gaf de Atlantische benadering meer kracht. 
Nu kan er als er genoeg ervaring op gedaan is een evenwicht gevonden worden. De wil moet de ruimte krijgen om al zijn angst en andere emoties te uiten; dan kan hij heel helder de leiding van de geest ontvangen. De geest moet deze emotionele expressie ook accepteren en aanvaarden zodat hij weet wat zijn gemanifesteerde deel is wat ervaren wordt. Volledig begrip en totale acceptatie zijn nog niet helemaal bereikt in het bewustzijn en dus was het gebeurde noodzakelijk, wat niet wegneemt dat het voor het grootste deel een verschrikkelijke ervaring was voor de wil in Pan, Lemurië en Atlantis. Liever dan de ervaring van de wil verder te ontkennen, is er veel wat geleerd kan worden over evenwicht door deze ervaringen uit het verleden te bestuderen en de gevoelens die erover vast gehouden worden de vrijheid te geven.

 

De Lemuriërs hadden de magnetische wil ontwikkeld tot een vermogen van grote kracht. Van nature is de magnetische wil bedoeld om de geest aan te trekken. Omdat de wil in Lemurië bang was niet geaccepteerd te worden door de geest en reageerde met het er tegen in gaan, waren de Lemuriërs niet in staat het toenemen van spirituele aanwezigheid, die nodig is om de toenemende magnetische energie te leiden, naar zich toe te trekken. In plaats daarvan trokken de Lemuriërs, zonder zich te realiseren hoe ze dat deden, een manifestatie van ontkenning van de geest naar zich toe. Deze ontkenning nam de vorm van dinosaurussen aan omdat deze vorm alle aspecten weerspiegelde van de ontkenning van de geest die toen in hun bewustzijn werd vastgehouden. Kijkend naar deze ervaring, zagen sommige zielen dat het gevaarlijk was voor de wil om ruimte te maken, tenzij de geest die ruimte met licht zou vullen. Zij waren van oordeel dat het hen niet toegestaan was de ruimte te vullen en probeerden dus de wil onder controle te krijgen. Veel van deze zielen incarneerden in Atlantis.
 

Dit moet individueel begrepen worden, hoewel er sommige begrippen gegeven kunnen worden om de weg te wijzen. De Lemuriërs vreesden dat de geest veranderd was in een niet liefhebbend, ongevoelig, overweldigend monster toen hij de wil aan zijn lot overliet door zich van hem los te koppelen toen de wil gevangen raakte in een vorm in Pan. Blind door de ervaren emoties en vastgehouden sinds deze overweldigende ervaring was de wil er vast van overtuigd dat hij gevangen zat in een realiteit waar de geest hem niet zou helpen. De Lemuriërs voelden dat de geest de wil had ontkend en daar nog steeds toe in staat was door hem te overweldigen en hem tot realiteiten te forceren die onaangenaam voor hem waren en onmogelijk te hanteren. Velen voelden zelfs dat de geest de wil probeerde te doden of op zijn minst te straffen. Een geheime fantasie van veel Lemuriërs was dat als hun situatie wanhopig genoeg werd, de geest zich misschien zou realiseren dat hij de wil nodig had en hem lief zou hebben, dan de wil met veel drama zou redden en de scheiding helen. Deze hoopvolle fantasie ging samen met een tegenwicht van angst dat de geest niet zou helpen en niet naar beneden zou komen tot in de donkere rijken waar de wil gevangen zat.

 

Met dit alles en meer in hun energieveld, schreeuwden de Lemuriërs om Gods hulp en Hij hielp ze door iedere opening die ze me gaven om hen te helpen. God zond veel onderwijzenden en veel directe mededelingen in een poging hen te laten zien hoe ze met de dinos om moesten gaan en met hun eigen loskoppeling van de geest. De Lemuriërs konden dit niet aanvaarden. God bood ze een ander land aan waar ze rustig hun ontkenningen konden helen. Slechts een paar konden zich afdoende losmaken van hun thuisland om ook daadwerkelijk te vertrekken. God bood veel manieren om te helpen maar de oordelen en de emotionele last in Lemurië waren zo groot dat de hulp voor het grootste deel niet ontvangen, niet uitgevoerd, of niet herkend werd.

Dus toen God niet leek te helpen met goddelijke tussenkomst zoals die waar de Lemuriërs naar zochten riepen ze ten slotte om de Atlantiërs. Lemurië had gewild dat God het voor hen deed. Zij waren nog niet klaar of niet in staat om de kracht van de wil te begrijpen, die in staat is de aanwezigheid van de geest te accepteren of te ontkennen. Zij realiseerden zich niet dat hoewel God zijn deel zou kunnen doen zij ook een deel van de verantwoordelijkheid moesten dragen. De Lemuriërs hoopten dat de Atlantiërs de problemen voor hen op zouden lossen en toch veroorzaakten hun veroordelingen van de geest dat ze er van overtuigd waren dat de Atlantiërs zouden falen in het hulp geven net zo als God had gefaald in het geven van de hulp die zij graag gezien hadden. De geest en de wil behielden beiden hun oordeel over de andere pool en namen een beeld van de ander waar, gebaseerd op dit oordeel.
 

Toen de Atlantiërs op het toneel verschenen voelden zij zich niet op hun gemak bij de emotionaliteit van de Lemuriërs. Het was precies wat ze zouden wilden ontvluchten bij een reïncarnatie in Atlantis en toch wilden de Atlantiërs oprecht helpen. Zij besloten de Lemuriërs zo snel en zo objectief mogelijk als ze konden te helpen, en dan zo snel mogelijk weer te vertrekken. Zij besloten dat de beste manier om dit te doen, het focussen was, van hun nieuw ontwikkelde kristalkracht in de nesten van de dino's.

De Lemuriërs voelden instinctief bezwaar hiertegen wat door de Atlantiërs in de wind geslagen werd als bijgeloof. De wil voelde zich opnieuw door de geest ontkend en voelde dat hij alleen krachteloos toe kon zien hoe de koude, losgekoppelde en wetenschappelijke geest omsprong met de mislukkingen van de wil. De Atlantiërs zagen de Lemuriërs als overweldigd door niet gerichte emotie die de noodzakelijke visie en objectiviteit mistten om problemen op te lossen. Door de ontkenning van hun eigen wil en niet in staat zich re realiseren dat de geest hier oorzakelijk was, slaagden de Atlantiërs er ook niet in te begrijpen hoe de niet gerichte emotie, die buiten de liefdevolle acceptatie gehouden werd, zijn eigen afspiegeling creëerde in de dino's. Het focussen van de kristalkracht verkleinde de dinosaurussen populatie maar tijdelijk, maar resulteerde direct in vulkaanuitbarstingen en aardbevingen die uiteindelijk Lemurië deden zinken. Dit was wat de intuïtieve wil had gevreesd en het was opnieuw een ervaring die de oordelen tegen de geest weer meer leken te bewijzen.
 

Sommige Lemuriërs realiseerden zich aan de andere kant dat ze omdat ze zo'n magnetische wilskracht hadden, ze exact naar zich toe hadden getrokken wat ze vreesden. Deze angst zonder begrip leidde tot een substantiële toename van ontkenning van de wil en zijn krachten, zelfs onder hen die vroeger in de wil geloofden. Veel van deze angstige Lemuriërs incarneerden in Atlantis wat in de geest gepolariseerd was.

 

De Atlantiers gaven niet toe dat ze ook maar iets te maken hadden met het zinken van Lemurië, maar ze kwamen op het laatste moment terug naar Lemurië en boden iedereen die wilde aan mee te gaan naar Atlantis. De Lemuriërs ontvingen in Atlantis een verdeelde ontvangst en werden op een paar uitzonderingen na behandeld als randbewoners. Veel Atlantiërs wilden de Lemuriërs eerst helemaal niet opnemen en waren niet in staat de betrouwbaarheid van de informatie te accepteren dat het zinken van Lemurië verband hield met het gebruik van de kristalkracht.

De Atlantische ervaring van polarisatie in de geest was echter nodig omdat de geest toendertijd de wil nog niet genoeg begreep om ermee in evenwicht te komen. De wil kan enkel reageren en kon dus niet het initiatief nemen tot het oplossen van de onbalans, enkel wachten op de ontwikkeling van de geest tot het punt waarop door de ervaring begrepen wordt. Zelfs de wezens die zich al realiseerden dat de geest en de wil in het hart in evenwicht moeten zijn, wisten toen niet hoe dat zou moeten ontstaan.

Zelfs degene op aarde die God nog direct konden verstaan, konden de noodzakelijke informatie niet ontvangen, omdat ze zelf niet rustig genoeg waren om volledig en open te ontvangen. De aanwijzingen die ze ontvingen waren echter de aanwijzingen dat zij en degene die zij onderwezen klaar waren om te ontvangen.
 

Begrip kan niet ontstaan losgekoppeld van ervaring, begrip moet in een groeibeweging komen, omdat ervaring een basis creëert om het te ontvangen. Veel zielen hadden een overdosis gekregen in het begin, ze probeerden begrip te verzamelen zonder de noodzakelijke ervaring om het in te verankeren. Veel van deze zielen probeerden toen in te praten op hun wil, en hem te vertellen hoe hij zich moest gedragen in relatie tot het begrip dat de ziel dacht te hebben, maar dat was in werkelijkheid slechts door het denken ontvangen en had nog behoefte aan de ervaring van de wil om volgroeid te raken. De reactie van de wil was wantrouwen tegenover de geest omdat de wil zich overweldigd voelde door de ervaring die veel complexer was dan de ideeën van de geest hadden doen voorkomen en ook omdat de geest de ervaring van de wil ontkende en er schade aan toe bracht, omdat bij acceptatie de visie van de geest in de werkelijkheid verankerd zou kunnen worden.

God verlangde niet dat de door hem geschapen zielen moesten leren door zulke harde lessen als die hen door de laatste dagen van Pan en Lemurië gebracht werden, en toch moet iedere geschapen ziel verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en voor de kracht die hij heeft om zijn eigen realiteit te creëren.

De zich in de wil opstapelende last ten tijde van Lemurië veroorzaakte in de wil van velen het gevoel niet in staat te zijn iets te doen. Deze verlamming leek de Atlantische theorieën verder te doen toenemen dat de wil gedisciplineerd moest worden. De meeste Atlantiërs begonnen hun leven puntsgewijs te bekijken als vervanging van het verlies aan richting door de wil. De mentale visie van de geest oefende druk uit op de rest van het wezen om te handelen. Er ontstond toen een algemeen oordeel dat de wil de geest tegen hield en dat de ‘lagere natuur’ van af dan niet meer toegestaan moest worden invloed te hebben: ‘De geest is gewillig maar het vlees is zwak’.
 

Het bestaan van Atlantis ging verder nadat Lemurië gezonken was en ze verkenden de rest van de wereld om te zien wat daar was. De vele variaties van mensen en dieren die ze in de wereld aantroffen in die tijd, fascineerden en verontrustten hen. De Atlantiërs hadden gekozen om zich te richten op het positieve en dus focusten zij zich bij het bestuderen van deze mensen alleen op hun fascinatie en negeerden ze hun ongerustheid.

Op dat moment waren er op aarde veel verspreide groepjes mensen die uit het land Pan gevlucht waren. Omdat ieder groepje mensen Pan verlaten had toen zij zich er niet meer prettig voelden, had ieder groepje een verschillend verhaal over Pan, wat gekleurd was door hun reden van vertrek en hun legendes weerspiegelden dan ook hun eigen gezichtspunt. Onder deze groepjes troffen de Atlantiërs groepjes reuzen, groepjes kleine mensen, en groepjes dwergen aan. Sommigen hadden gedaantes die een mix waren van mensen en dieren zoals meerminnen, centauers en satyr's. Sommigen van deze mensen waren hoog ontwikkeld en sommigen dusdanig gedeformeerd dat het de mogelijkheid voor het bewustzijn behoorlijk begrensde om genoeg aanwezig te zijn om uitdrukking aan zichzelf te geven.

De legendes, geloofssystemen en sociale structuren van deze mensen weerspiegelden hun eigen verwarringen en begrippen waarmee zij naar hun ervaringen op aarde keken. Door het bestuderen van al deze mensen kwamen de Atlantiërs heel dicht bij een volledig begrijpen van de historie van de aarde tot op dat moment. Als er geen ontkenning geweest was of als de Atlantiërs toen hadden geweten hoe ze los konden komen van ontkenning, zou het begrip dat ze toen door hun onderzoek kregen hen de mogelijkheid gegeven hebben om de volgende stap richting gelijkstromen te zetten, maar er was ontkenning en die werd niet begrepen.
 

De Atlantiërs hadden het idee om onder hun leiding de verspreide groepjes en hun verschillende beelden van de realiteit samen te brengen in een samenhangend verenigd geheel, wat bij zou dragen tot het bewustzijn van alles en het zou vergroten. Deze verschillende wezens waren nog niet klaar om met deze visie mee te kunnen gaan. Ontkenning in de vorm van vastgehouden emotionele last, wiens krachteloze onbuigzaamheid oordelen vast hield aangetrokken door hun eigen ervaringen, en aanwezigheid van ontkennende geesten met een liefdeloze essentie die de bestaande ontkenning weerspiegelden en vergrootten, deed iedere groep van alles vervreemden, behalve van hun eigen vernauwde gezichtspunt, inclusief de Atlantiërs.

De Atlantiërs wisten niet hoe ze dit tot een bereidwillig gelijkstromen met elkaar moesten brengen, hun eigen ontkenning maakte het hen onmogelijk het werkelijke proces wat dat mogelijk gemaakt zou hebben, te herkennen en te accepteren. En hoewel in sommige gevallen, enige Atlantiërs korte tijd de waarheid van waarachtig gebruik van de wil hadden ervaren, waren hun oordelen over de wil zo overweldigend dat dat veroorzaakte dat zij deze begrippen ontkenden door wantrouwen van de bron.

Dus kreeg de wil weer de schuld en werd beoordeeld als iets tegenovergestelds van de geest. Onderstromen van frustratie, angst en boosheid groeiden achter deze oordelen en omdat de Atlantiërs geen weg open lieten om deze gevoelens te begrijpen en hen liefdevol op een lijn te brengen, concludeerden zij uiteindelijk dat hen niets anders te doen stond dan de wil te overmeesteren. Hun eigen ontkennende gevoelens maakten hun actie krachteloos. Atlantis nam zijn toevlucht tot een demonstratie van de destructieve kracht van hun grote kristallen. Zij toonden foto's van deze destructie aan de mensen die zich niet bij de Atlantische dominantie aan wilden sluiten en deze mensen voelden zich machteloos tegenover zo'n sterke druk en gaven hun weerstand op. Atlantis werd toen de onbetwiste leider van de wereld.
 

Als de Atlantiërs toen in staat waren geweest de wil te begrijpen, zouden ze gezien hebben dat de wil geen weerstand had tegen de visie, maar tegen de manier waarop de Atlantiërs deze probeerden uit te voeren. De wil wilde dat zijn gevoelens over zijn positie geaccepteerd zouden worden en dan zou hij klaar geweest zijn om de geest te ontvangen.

De geest voelde zich nog  onzekerder over het feit dat ze zo veel van de geest wilde, na de overweldigende ervaring van gevangenschap en de daaruit voortvloeiende loskoppeling en de doodservaring. De geest had nog niet de noodzakelijke ontwikkeling om te herkennen wat hier oorzakelijk was en dus moest de wil weer wachten.

In veel gevallen waren de mensen die door de Atlantiërs ingelijfd en geleid werden beter af dan voor deze overheersing, behalve dat de behoeftes van de wil niet geaccepteerd, begrepen en vervuld werden. Ontkenning van de wil nam toe op aarde en breidde zich over meer mensen uit; de wil voelde zich meer dan ooit door de geest overweldigd.

Aanvankelijk stond de wil het toe om gecontroleerd en begrensd te worden als tegenwicht voor zijn angst dat het in Lemurië uit de hand was gelopen. 
Gedurende deze eerste periode in Atlantis, werd er in alle levensaspecten een grote genialiteit bereikt. Alles wat de Atlantiërs aanraakten kwam voor hen tot leven. Hun aanraking was toen zo gevuld met het licht van de geest dat het de dingen liet leven op een manier die vandaag de dag zelden ervaren wordt op aarde en toch werd het grootste gedeelte van de wil helemaal niet door de geest aangeraakt en was hij nauwelijks levend. De expansie van de geest in Atlantis was grotendeels mogelijk gemaakt door de ontwikkeling van de magnetische energie van de wil in Lemurië, maar de geest noch de wil herkenden dit echt door de aan beide zijden aanwezige ontkenning. Reactie op de ontkenning veroorzaakte de tijdsvertraging en de reactionaire manier waarop de geest, de ruimte gemaakt door de wil, invulde.
 

In de middelste periode van Atlantis, bereikte de wil het punt waarop hij zijn oude last niet langer meer rustig kon houden. De controles van de geest hadden in de eerste periode van Atlantis de bedoeling een hulp te zijn om de controle niet te verliezen en een rustpauze voor de uitputting door de overweldiging. Nu probeerde de wil, of hij het nu begreep of niet, weer te bewegen omdat het de natuur van de wil is om te bewegen. De beweging van de wil kon niet tegen gehouden worden als manier om te veel ongericht bewegen in het verleden in balans te brengen. De wil begon zich weer te roeren als deel van het proces van evenwicht zoeken.

Gevoelens en verlangens die de Atlantiërs dachten te hebben gedisciplineerd en uit zichzelf verfijnd en geëvolueerd begonnen zich weer te roeren. Veel Atlantiërs begonnen in deze tijd meer uitdrukking te geven aan hun seksualiteit dan dat ze dat in de voorliggende periode hadden gedaan. 
Er rees weer een conflict in hen over de moraal en een correcte spirituele benadering. Twistpunten tussen individuen namen toe. Sommige mensen begonnen uitdrukking te geven aan wat ze werkelijk voelden. In anderen begon de wil meer invloed te krijgen op de manier waarop zij hun leven benaderden.

Keurige schema's en ordelijke procedures braken af als mensen een beetje meer gingen doen wat ze graag deden in plaats van wat hen gezegd werd dat ze verondersteld werden te doen. Velen in Atlantis die deden wat ze wilden doen, verzonnen redenen waarom ze verondersteld werden dat te doen of waarom ze het moesten doen. Dit was een afsluiting van de opening naar acceptatie van de wil. Het gebrek aan eensgezindheid tussen de geest en de wil deed hen voelen dat wat zij wilden doen iets anders was dan wat ze verondersteld werden te doen. Het conflict tussen plicht en verlangen maakte ruimte voor het toenemen van het schuldgevoel. Schuldgevoel is de angst dat de geest de wil gaat vertellen dat hij zich anders zou moeten voelen dan wat hij voelt. Met het schuldgevoel nam de sociale onenigheid toe en de ontkenning bereikte een nieuw hoogtepunt in Atlantis.
 

De spirituele aanwezigheid in Atlantis had gezien dat toen de wil ruimte had gemaakt in Lemurië, die ruimte gevuld was geworden met de ontkenning van de geest. De Atlantiërs hadden daarvoor een diepe angst en oordeelden dat het de aard van de wil was om de geest te ontkennen. Zij hadden niet voldoende begrip om de realiteit die dit angstvolle oordeel creëerde te veranderen. Atlantiërs geloofden dat controle van de wil essentieel was en dat als de wil niet onder controle was, hij alles zou vernietigen. Zij wisten niet dat evenwicht de aanwezigheid van de geest in dezelfde mate zou doen toe nemen als de geopende ruimte.

Hoe meer de Atlantiërs de wil beschouwden als iets wat de geest zou ontkennen, hoe meer ze deze realiteit voor zichzelf creëerden op deze manier; de geest is de oorzakelijke energie. Hoe meer de geest de wil ontkende hoe meer de wil gevuld werd met ontkenning en dus kon zijn reactie op de geest geen hulp maar enkel ontkenning inhouden. De geest echter, schuldig aan zijn overweldigende aanvangservaring bij binnenkomst op de aarde, geloofde dat hij de wil moest ontkennen om zelf niet ontkend te worden. 
In Atlantis betekende dit dat de wil alleen kon bewegen binnen de grenzen die de geest toestond. De wil voelde dat alleen bepaalde delen van hem voor de geest acceptabel waren. De geest bevestigde dit door de wil in die delen geen licht te geven. De wil had de gevoelens die hij had over de ervaring op aarde, of de geest ze nu wel of niet accepteerde. De geest ontkende deze gevoelens omdat ze niet goed voor hem voelden. De manier waarop de geest deze gevoelens van de wil vermeed was door ze geen bewegingsruimte te geven om tot uitdrukking te komen. De wil kon daardoor zijn gevoelens niet verwerken. De geest geloofde dat als hij de wil geen bewegingsruimte gaf, de wil niet zou kunnen bewegen in de gebieden die niet goed voelden voor de geest en er geen uitdrukking aan kon geven.
 

Toen de wil zich in de midden periode van Atlantis weer begon te roeren reageerden de sterk ontkennende Atlantiërs met meer controle, reglementen, discipline en met druk uitoefenen op meer aanpassing. Toen de wil in Atlantis voelde dat hij zoveel mogelijk emotionele last vasthield als maar mogelijk was, probeerde hij zich te gaan bewegen. Toen de wil ontdekte dat deze beweging ontkend werd en hij geen bevrijding ervaarde door zich direct uit te drukken, moest het fysieke lichaam vasthouden wat het emotionele lichaam niet meer kon. Toen het fysieke lichaam niet langer kon onderdrukken wat het emotionele lichaam niet tot uitdrukking mocht brengen, probeerde het fysieke lichaam het op een fysieke manier te laten bewegen. Omdat het fysieke lichaam geen ruimte kreeg om de last af te gooien die hij vast hield werd ziekte de enig mogelijke expressie die hij had om zichzelf te verhelderen.

Omdat ontkenning van de wil doorging in de middenperiode begon de gezondheid van de Atlantiërs af te brokkelen. In plaats van ziekte de ruimte te geven om tot uitdrukking te komen en hem zijn verhaal van niet in evenwicht zijn te laten vertellen zodat er evenwicht gevonden zou kunnen worden, werd er snel een uitgebreide medische wetenschap ontwikkeld om deze nieuwe sabotage van de wil te bestrijden. Chirurgie en pijnstillers werden ontwikkeld om symptomen te onderdrukken. Medische behandeling en behandeling van krankzinnigheid werden door het emotionele lichaam ervaren als bestraffend en onderdrukkend.

Het idee van het wegsnijden van een ziek lichaamsdeel en het weggooien ervan is niet echt een vooruitgang op het offeren van mensen. Beide benaderingen gaan ervan uit dat een deel kan worden opgeofferd voor het heil van het geheel. In beide gevallen kan begrip evenwicht brengen, voordat er zulke drastische maatregelen nodig zijn. Als een deel van het lichaam ziek is dan is er iets wat zijn vermogen om licht te ontvangen in de weg staat. Wat de geest ontkende in Atlantis kreeg zijn voedende licht niet. Toen de geest de helderheid blokkeerde waar de ziekte voor had kunnen zorgen, gingen lichaam en wil zich beiden wanhopig voelen 
Deze wanhoop voerde Atlantis naar zijn derde en laatste periode. Hoe meer de geest probeerde de wil te controleren hoe meer angst de wil voelde. De wil was bang dat hij zichzelf niet meer helder zou kunnen krijgen als de geest het niet toe zou staan en de wil kon niet voortdurend voelen wat hij voelde zonder bevrijding. De wil voelde zich ontkend, overweldigd en onderdrukt naast zijn vermogen om te accepteren. De wil kreeg niet de ruimte om te bewegen en leven is bewegen. De wil voelde dat hij zo gedood werd door de geest en in werkelijkheid was de geest dit met zijn wil aan het doen.
 

De wil kan niet leven tenzij hij beweegt. Als de wil beweegt, maakt hij ruimte. Als de ruimte open is moet iets hem gaan vullen. Als de geest die leven is de ruimte niet vult, dan vult ontkenning de ruimte. Als de geest voorwaardelijk de ruimte vult dan vult een mix van licht en ontkenning de ruimte. Ontkenning is niets. Als niets de ruimte vult, sluit de ruimte zich. Als dit gebeurd wordt het de ervaring van de wil, de ervaring van het zich voor niets openen of zelfs erger, zich openen om te ontvangen en dan de geest ontvangen die hem wegdrukt. De wil had zich geopend om licht te ontvangen en ontving niets. Niets heeft geen bewustzijn, geen licht en geen beweging. Het is dood. De wil die niet in staat is te bewegen voelt zich overweldigd door de dood en wordt wanhopig. Dit is wat de Atlantiërs weerspiegelden voor zichzelf in zijn laatste periode.

De wil moet bewegen en de geest moet zijn ruimte vullen met licht. Geen enkele grote hoeveelheid druk, kracht of een opgelegde manier zal deze ruimte op de juiste manier vullen.

In de laatste periode van Atlantis, manifesteerde de wanhopige wil zichzelf op elke manier die hij ook maar kende. De oude last van de wil probeerde zich als een gek te bevrijden. Hoe meer hij probeerde te bewegen, hoe harder hij geslagen werd met de ontkenning die hij al bij zich droeg. Iedere poging die hij deed om zich te bevrijden die geen acceptatie ontmoette bij de geest, werd tegemoet getreden met een toenemende ontkenning. Dankzij de ontkenningen, werden de pogingen van de wil om zich te bevrijden beantwoord met meer controles en vergeldingsacties door hen die nog probeerden vast te houden aan het geloof dat controle van de wil absoluut noodzakelijk was. Deze mensen probeerden naar de actie van de wil te kijken als een extra bewijs dat de wil de geest ontkende en zich ertegen verzette.
 

De wanhoop van de wil kwam tot uitdrukking in veel sociale manifestaties. Toenemende druk op de wil veroorzaakte dat de wil in velen, door de controle van de geest heen brak en tot uitdrukking kwam op een verschrikkelijk ongecontroleerde manier. Deze wanhopige poging van de wil om zich van zijn oude last te bevrijden maakte dat de persoon tijdelijk overgenomen werd, het leek erop dat hij overgenomen werd door iets of iemand anders. Vaak was de scheiding tussen geest en wil zo ernstig dat het erop leek dat een vreemde de normale geest georiënteerde persoonlijkheid had overgenomen. Velen konden zich niet herinneren wat ze tijdens deze uitbarstingen hadden gedaan.

Het gebrek aan eensgezindheid tussen wil en geest kwam op grotere schaal in de maatschappij tot uitdrukking. Oorlogen braken uit in de verder afgelegen gebieden. Wanorde, burgerlijke ongehoorzaamheid en misdaad namen toe in Atlantis zelf. Velen stierven aan terminale ziektes en velen stierven een langzame pijnlijke dood, als ontkenning beetje bij beetje in hen toe nam. De ontkenning van de liefhebbende essentie was zijn laatste fase voor de dood aan te ondergaan. Ontkenning in Atlantis had zo veel van zijn energieveld buiten de liefhebbende essentie geplaatst, dat de liefhebbende essentie die ontkend was en zo buiten de liefde gehouden, niet kon helpen maar vermengd raakte met de onvoorwaardelijke ontkenning die buiten de liefde staat.

Ontkenning die geen liefhebbende essentie had vond toen een manier om zijn aanwezigheid in Atlantis te manifesteren. De wil wilde dat niet en toen hij de aanwezigheid van deze ontkenning ervaarde, en zijn angst voelde bij het onder ogen zien van zijn eigen complete ondergang. Dat veroorzaakte een uithaal in de richting van de geest en hij verkreeg hoe dan ook zijn aandacht. De wil kon de liefdeloze ontkenning die hij geraakt had niet laten gaan of ervan weg vluchten, tenzij hij alle emoties die hij voelde, kijkend naar zijn situatie, kon uiten. Deze emoties moesten zichzelf zo verhelderen dat hun magnetische betrokkenheid bij de ontkenning zou verdwijnen. Dit werd niet begrepen in Atlantis.

De aanwezigheid van liefdeloze ontkenning manifesteerde zich destructief in Atlantis omdat deze ontkenning geen licht kan ontvangen. Als het licht er rond omheen toeneemt, zal hij zich van het licht terug trekken maar zich niet openen om het te ontvangen. De Atlantiërs richten zich alleen op het positieve. Zij geloofden dat de duisternis zou verdwijnen door zich alleen op de lichtzijde van alles en iedereen te richten. Zij keken niet echt naar de duisternis, ze probeerden hem met licht te verdrijven.

Alles moet gezien en geaccepteerd worden zoals het werkelijk is om het volledig te begrijpen. Weten wat iets is, is noodzakelijk om er op de juiste manier mee uit de voeten te kunnen. Atlantiërs realiseerden zich niet dat zij ontkenning die licht zocht moesten scheiden van ontkenning die weerstand bood aan licht. Zij realiseerden zich ook niet dat ze ontkenning niet zo eenvoudig maar even weg konden duwen, maar juist moesten weten hoe datgene los te laten wat zich terug moest trekken van het zich uitbreidende licht en dat wat zich wil openen en ontvangen, vullen met licht en het omhullen.

 

Mensen in Atlantis hadden weinig of geen bewustzijn van de rol die ontkenning speelde. In plaats van de pogingen van de wil om zichzelf te bevrijden te accepteren en naar begrip toe te groeien, bleven veel Atlantiërs pogingen doen de wil verder te ontkennen. De maatschappij ondersteunde dit gezichtspunt van de wilsontkenning door te doden, te martelen, gevangen te zetten, te verdoven, op te sluiten in ziekenhuizen of het op een andere manier straffen van andersdenkenden in Atlantis die probeerden hun wil te bevrijden. De wanhoopsdaden waartoe sommige willen de toevlucht namen in de laatste Atlantische periode werd door veel geesten gezien als afdoende bewijs dat drastisch gerichte vergelding en controle van de wil werkelijk noodzakelijk waren. Liefdeloze ontkenning speelde hier ook een rol bij de toename van de onderdrukking in deze mate en door een doof oor te bieden aan het gezichtspunt van de wil. De angst van de wil dat zijn pogingen om zich te bevrijden alleen in een verdere ontkenning van de wil zouden resulteren drukte zichzelf in de realiteit uit.

 

Tegen het einde van Atlantis, verlieten tal van mensen het land, die werkelijk zochten naar evenwicht met de moederenergie en door God geleid vonden zij de Oost-Amerikaanse indianenculturen. Deze mensen moesten nog wat uitbalanceren en veel van hen zetten zich af tegen de technologie en andere aspecten van heit Atlantische bewustzijn, dat zij beoordeelden als een belangrijk deel van de disharmonie. In werkelijkheid waren geen enkele van deze manifestaties zo ernstig het probleem als het bewustzijn wat hen toonde in een toestand van uit evenwicht zijn.

De laatste afspiegelingen van deze onevenwichtigheden in Atlantis was de overbelasting van de grote kristal. Deze overbelasting was nog een andere uitdrukking van de pogingen van de geest om zichzelf uit te breiden zonder zich aan te sluiten bij het vermogen van de wil om het te ontvangen. De grote kristal was belast met meer energie dan hij kon bevatten. De ontlading van deze buitensporige energie manifesteerde zich als een ongerichte kracht die buitengewoon veel schade toebracht aan de aarde en zelfs resulteerde in aardbevingen die na een lange tijdsperiode Atlantis deden zinken. De destructieve energie die deze vorm in Atlantis aannam was te danken aan de aanwezigheid van ontkenning.

 

Zelfs toen hun land aan het zinken was, ontkenden veel Atlantiërs nog dat er een verband bestond tussen dat wat zij geloofden, de manier waarop ze hun geloof hanteerden en de problemen die zich in Atlantis voordeden. In wezen intensiveerden deze Atlantiërs de splitsing tussen geest en wil verder door hun overtuiging te handhaven dat hun geloof correct was en dat de reden waarom hun geloofssysteem niet succesvol was, een gebrek van de wil was. Sommigen van deze mensen konden vluchten uit hun zinkende land en gingen naar wat de buitengebieden van Atlantis geweest waren om daar hun manier van leven voort te zetten. Egypte, Baskenland, Perzië en in feite alle landen die zo plotseling vooruitgang in hun ontwikkeling leken te maken, konden dat doen omdat de Atlantiërs zich daar vestigden toen hun land aan het zinken was.
 

Veel meer mensen stierven in Atlantis door de aardbevingen en de overstromingen. De angst van de geest dat de wil het zou ontkennen had ook een destructieve manifestatie in de realiteit. De oordelen die in de laatste dagen van Atlantis werden gevormd, waren zowel tegen de geest als de wil gericht. Sommigen neigden richting de ene, en anderen neigden richting de andere pool. 
De werkelijkheid is dat geen van de polen ontkend kan worden zonder dat er ontkenning van de andere poll plaatsvindt. Deze oordelen zijn nog steeds aanwezig en zij hebben de genialiteit van de huidige samenleving doen afnemen.

Niettemin wilden veel Atlantiërs, ondanks de ervaring die hun oordeel aantrok, een nieuwe benadering proberen, zodat de huidige samenleving hoofdzakelijk Atlantisch georiënteerd is. Degenen die in de huidige samenleving gediscrimineerd worden hadden voor het grootste deel een Lemurische benadering of hebben ten minste een neiging in die richting.
 

Er zijn zo veel oordelen ontstaan in de aardse ervaringen, die in staat zijn gesteld te blijven bestaan door niet bevrijde emoties, dat het onmogelijk is om een lijst te maken van al deze oordelen. Het is onmogelijk alle belangrijke kernpunten op te noemen. 
Maar het voornaamste kernpunt van de oordelen in Atlantis was, dat verlies van controle erg gevaarlijk is en dat het uitdrukking geven aan de wil chaos brengt. Deze oordelen houden ook in: 
’De wil is van nature ongehoorzaam aan de wil en moet gedisciplineerd, gecontroleerd en onderdrukt worden; De wil moet geen ruimte krijgen om zich uit te drukken omdat hij destructief is. De bijdrage van de wil aan de schepping is in conflict met de visie van de geest. Het begrip ontvangen door het intuïtieve deel van de wil kan niet vertrouwd worden. De wil is verantwoordelijk voor de dood en de geest kan daar niets aan doen behalve er boven uit rijzen en het achter zich laten. De wil is eigenlijk nooit bedoeld om een deel van de schepping te zijn.’
 

De huidige aanwezigheid van Atlantisch en Lemurisch bewustzijn op aarde kan je de nog vast gehouden oordelen uit die tijd laten zien. De enorme overvloed aan informatie die naar voren gebracht zou kunnen worden over het verleden kan niet gegeven worden binnen dit bestek. Deze verhalen hebben wat informatie naar voren gebracht die uitgebreid moet worden door het individuele geheugen. Het proces van bevrijding van je eigen wil zal het de ruimte geven om zijn verhaal te vertellen en zal ook je ontvangstcentra verhelderen om het gezichtspunt van de geest beter te zien.

 

Make a Free Website with Yola.